Page content

Heb je moeite met concentreren tijdens het sporten?

Heb je moeite met concentreren tijdens het sporten?

Heb je moeite met concentreren tijdens het sporten?

Hoor je tijdens het uitvoeren van een oefening constant het gehijg van sportende mensen om je heen, of het geluid van gewichten die op de vloer gelegd worden? Merk je daarnaast dat het veel tijd kost om je focus terug te vinden en dat dit ten koste gaat van je trainingstijd of intensiteit? Tijdens een training wil je aandacht zich nog wel eens verplaatsen. Een facet van deze aandacht is dat je die verliest als je je richt op zaken die irrelevant en oncontroleerbaar zijn.

Concentratie

Dit is kenmerkend voor de mate van concentratie. Concentratie is de vaardigheid van een persoon om intentioneel mentale inspanning te tonen in de richting van wat het meest belangrijk is in een bepaalde situatie, oftewel 100% focus op hetgeen je nu wilt doen. Deze concentratie, ook wel benoemd als aandacht, bespreken we in dit artikel aan de hand van de ringen van Eberspächer. Deze ringen helpen en geven ons inzicht op gebied van concentratie.

Het mag ondertussen duidelijk zijn dat, als je aandacht zich verplaatst naar iets dat irrelevant of oncontroleerbaar is, dit je prestatie niet ten goede komt. Volgens de ringen van (Eberspächer) concentratie zijn er zes gebieden waarop je aandacht zich kan richten. Al deze gebieden worden bepaald door de gedachten die je hebt. De ringen zijn tegenwoordig een tool, om de mate van concentratie in te zien en geven ons de mogelijkheid om concentratie te trainen. Hieronder worden de zes gebieden zichtbaar gemaakt in een afbeelding:

 

De ringen zijn tegenwoordig een tool, om de mate van concentratie in te zien en geven ons de mogelijkheid om concentratie te trainen.

 

 

Het belangrijkste tijdens een training is dat je ten allen tijde in de middelste/eerste cirkel wil functioneren.

Binnen deze middelste/eerste cirkel richt je je aandacht op jezelf en de taak die je op dat moment aan het uitvoeren bent. In cirkel één is een sporter taakgericht bezig. Hij richt zich op controleerbare facetten binnen zijn training en tracht deze zo goed mogelijk uit te voeren.

In de tweede cirkel is de aandacht verschoven naar directe afleidingen.

Dit zijn afleidingen die onder andere kunnen ontstaan door omstandigheden. Zo kan het weer invloed hebben op de concentratie maar ook bijvoorbeeld de ondergrond, omgeving en temperatuur. Daarnaast heeft de aanwezigheid van toeschouwers, een tegenstander of het materiaal invloed. In de sportschool zijn er verschillende voorbeelden van deze afleidingen. Een goed voorbeeld is dat mensen zich snel voelen bekeken (toeschouwers/collega sporters). Dit kan een negatieve invloed hebben. Mensen kunnen ‘die brandende ogen’ beschouwen als ongemakkelijk. Hierdoor kunnen mensen belemmert worden in de uitvoer of wachten ze zelfs met het uitvoeren van een oefening. Een ander veelvoorkomende afleiding binnen de sportschool is het materiaal, zoals schurende handgrepen bij een bankdrukstel, piepende apparatuur en zo ook het gebrek aan hoeveelheid materialen. Kortom veel herkenbare afleidingen die je prestatie kunnen hinderen. Daarentegen kunnen afleidingen binnen de 2e ring ook tactisch gebruikt worden, mits deze gebruikt worden om de uitvoer van de taak te verbeteren. Zo kan de aandacht van mensen/toeschouwers de sporter gebruiken om bijvoorbeeld zelfvertrouwen te kweken.

In de derde cirkel vergelijkt de sporter zijn prestaties met de prestatie die hij van zichzelf gewend is.

Elke training of wedstrijd is echter een andere. Hierbij heb je te maken met je eigen vorm en de fitheid. Dit kan invloed hebben op de prestatie op dat moment. Het wekt daarbij ook vaak frustratie op als een sporter zijn huidige niveau vergelijkt met zijn ‘gebruikelijke’ niveau. Zo kan het een keer zijn dat je wat vermoeid bent, doordat je een keer slecht geslapen hebt of een drukkere dag dan normaal hebt gehad. Of je bent een keer ziek geweest, waardoor je je slapper voelt. Dit zijn allemaal processen die invloed kunnen hebben op je huidige prestatie. De vergelijking met ‘hetgeen behoort te zijn’ is daarom niet altijd bevorderend.

In de vierde cirkel is de aandacht gericht op het resultaat.

In dit voorbeeld kijken we naar een voetballer. Deze zal tijdens een wedstrijd bezig kunnen zijn met het behalen van bepaalde prestaties om deze wedstrijd te gaan winnen. De uitkomst van deze wedstrijd heeft deze voetballer echter niet volledig onder controle, aangezien hij geen invloed heeft op de prestaties van bijvoorbeeld tegenstanders of scheidsrechters. Daarom kan de voetballer zich beter focussen op de aspecten waar hij wel controle over heeft (taak).

In de vijfde cirkel is een sporter bezig met de gevolgen van winnen of verliezen/lukken of falen.

Gedachten als “als ik deze wedstrijd win, stijgt ik op de lijst” of “als ik dit gewicht niet kan liften, ben ik niet verder gekomen dat de vorige keer”. In deze vijfde cirkel denkt een speler in scenario’s en zit hij met zijn aandacht in de toekomst. Daarbij zijn de woorden ‘als’ en ‘dan’ vaak verbonden met hoop. En hoop is daarbij vaak gekoppeld aan angst!  Een voorbeeld: Wanneer iemand roept ‘als ik niet opschiet, dan haal ik de bus niet’, hoopt hij de bus te halen. Wat hij echter vaak bedoelt is ‘ik ben bang dat ik de bus niet haal’.

In de zesde cirkel vraagt de sporter zichzelf af wat hij hier eigenlijk aan het doen is.

Een negatieve spiraal in de aandacht die de vraag oproept of het eigenlijk nog wel zin heeft om in de sportschool te staan. Het is duidelijk dat je als sporter niet of nauwelijks in deze zesde ring terecht wil komen. Binnen deze cirkel wordt er getwijfeld aan de haalbaarheid van het doel gekoppeld aan een gedemotiveerde situatie.

Terugkeren naar de eerste cirkel, hoe doe je dat?

Kortom, alle cirkels, behalve de middelste/eerste en een paar uit de tweede cirkel, hebben geen goed effect op de prestatie van de sporter. Je kan concluderen hoe verder je van de middelste cirkel af bent, hoe slechter het effect op de prestatie is (zie de afbeelding). Het is dus ten alle tijden belangrijk bezig te zijn met je taak. Je taak hierin is om een oefening (fitness)  op dat moment zo goed mogelijk uit te voeren. Het mooie van deze cirkels is dat je, in welke cirkel je ook zit, altijd naar de middelste cirkel kan terugkeren, door je aandacht te richten op jezelf en hetgeen je moet doen. Dit is alleen makkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn namelijk veel momenten van rust tijdens het sporten, waarbij de aandacht makkelijk verschoven kan worden naar andere mensen, vermoeidheid en ga zo maar door. Probeer jezelf dus te trainen door taakgericht te denken en zo richting de eerste cirkel terug te keren.

Er kunnen zich echter in een training of wedstrijd situaties voordoen, waarbij het moeilijk is om terug te keren naar jezelf en je taak. Bijvoorbeeld als je je in een negatieve spiraal of flow bevindt, slecht aan een training/wedstrijd begonnen bent of het gevoel bij je omhoog komt dat niet lukt. Op dit soort moment is het heel lastig om het negatieve om te draaien in iets positiefs. Hierbij kan je gebruik maken van een neutrale tussenstap, als je ademhaling. Het richten op je ademhaling helpt je rustiger te worden, waardoor de stap naar positief een stuk makkelijker wordt.

Een herkenbaar voorbeeld:

Joost is een fanatiek crossfitter en hij kan zich kwalificeren voor een zeer belangrijk toernooi. Hij is goed bezig met zijn work-outs, die beslissend zullen zijn voor zijn deelname. Hij is solide begonnen en als hij zo doorgaat zal hij zich kwalificeren voor het toernooi. Joost denkt op een gegeven moment: als ik zo blijf doorgaan met deze work-out, heb ik een goede score neergezet. Joost zit in cirkel 4. Vervolgens denkt hij eraan dat als hij dit niveau vast zal houden hij zich zal plaatsen en dat anderen dat wel heel knap van hem gaan vinden. Hij zit in cirkel 5. Hij is klaar met zijn work-out en focust zich op zijn taak en doel voor de volgende work-out, pull ups. Hij zit in cirkel 1. Inmiddels heeft hij twee van de drie rondes van pull ups gehad en gedurende de derde ronde raakt hij zijn grip kwijt, waardoor hij bijna valt en uit zijn ritme is. Joost schrikt en bedenkt zich hoe dit opeens kon gebeuren, terwijl de vorige rondes vlekkeloos gingen. Hij zit in cirkel 3. Joost heeft het zwaar en voelt de spanning toeslaan in het lichaam. Ondanks dat het goed ging, moet hij deze derde ronde wel goed afronden, anders is de kwalificatie opeens heel ver weg. Hij zit opnieuw in cirkel 5. Hij probeert alles om die laatste ronde goed af te sluiten, maar tevergeefs, hij haalt het aantal pull ups niet. Hij moet nu extra goed zijn bij de laatste work-out om zich alsnog te plaatsen voor het toernooi, maar Joost blijft aan het slipmoment bij de pull ups denken. Hij presteert de laatste work-out ondermaats en wordt boos. Hij smijt zijn handdoek weg en denkt dat hij net zo goed niet had mee kunnen doen. Hij vraagt zich af waarom hij die laatste work-out überhaupt nog had gedaan. Hij zit in cirkel 6.

Concluderend

Een herkenbaar voorbeeld voor elke sporter, die laat zien dat het heel menselijk is te switchen tussen de aandachtcircels. Het is voor een sporter belangrijk om te weten dat de beste prestatie kan worden geleverd wanneer de aandacht zich op de eerste cirkel richt. Op momenten dat de aandacht naar een andere cirkel verschuift, is het belangrijk om adequaat de weg richting cirkel 1 te kunnen inzetten. Bedenk dus, dat je altijd via een tussenstation zoals ademhaling naar cirkel 1 kan gaan. Op het moment dat Joost (in bovenstaande voorbeeld) in cirkel 6 terecht komt kan het voor hem te moeilijk zijn om in een keer terug te keren naar cirkel 1 en weer taakgericht te zijn. Hij zal er baat bij hebben om eerst via een tussenstation, zoals z’n ademhaling, zijn gedachten te ordenen en vervolgens weer te richten op de taak.

 

Meer resultaat?

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang het gratis e-book

Anti Spam - Je gegevens zijn veilig.

Comment Section

0 reacties op “Heb je moeite met concentreren tijdens het sporten?

Plaats een reactie


*